Caleidoscoop
“De cultuur waar we het over hebben, is geen cultuur, maar een aaneenschakeling van niches.”
Ruud Lemmen, Hall of Fame / Ladybird
Het is verleidelijk om een schrijven te beginnen met een duiding. Dat gaan we hier mooi niet doen. Dompel je onder in de veelheid aan mensen, uitingsvormen en gemeenschappen. Dansers, skaters, punkers, graffiti artiesten, DJ’s, nachtbrakers, BMX’ers, fashion designers, muzikanten. Culturen die vloeien, overlappen, parallel stromen, unieke behoeften hebben, elkaar bestuiven, mores delen.
In de veelheid zijn er overeenkomsten te ontdekken. Niet wachten tot je uitgenodigd wordt, maar gaan. Gaan, omdat de drang naar community, skills en uitlaatkleppen te hoog is. Breakers vragen niet om een plek waar hun mat neergelegd kan worden. Graffitimakers zien een muur en pakken het moment. Rappers wachten niet tot ze een studio hebben om hun tracks op te nemen, en skaters kunnen hun vak op de hele straat uitvoeren. BEN JIJ WEL EENS ERGENS GEWEEST WAAR JE NIET BENT UITGENODIGD? Urgentie als bestaansreden, ruimte nemen voor dat wat je niet gegeven wordt.
En vervolgens je tot het uiterste inspannen om dat te behouden en te laten groeien. Huisvesting die niet verdwijnt als de wijk verandert. Mensen die zien en vieren wat streetculture is, in plaats van wat het zou kunnen worden. Erkenning die niet afhankelijk is van de taal waarin je hem aanvraagt. HOEVER BEN JIJ BEREID TE GAAN OM RUIMTE TE MAKEN VOOR WAT BELANGRIJK IS VOOR JOU?
De hybride uitingsvormen vormen met elkaar misschien wel de meest invloedrijke culturele stroming van dit moment. Streetculture bestaat en floreert, ondanks het feit dat beleidsambtenaren, kunstprofessionals en traditionele critici haar steeds opnieuw willen kaderen en taal zoeken om haar te definiëren. IS ER WEL EENS EEN WOORD GEBRUIKT OM JOU TE OMSCHRIJVEN DAT ZAT ALS EEN JAS IN EEN TE KLEINE MAAT? De culturen worden op één hoop gegooid, krijgen containerbegrippen op zich geplakt en worden keer op keer weer als subcultuur bestempeld. Sub ten opzichte van wie?
Taal
“Beleidsmakers mogen wel eens uitgedaagd worden om hun eigen tolk te zijn. In plaats van dat op een andere plek neer te leggen. Want dat is natuurlijk altijd eenzijdig. Dit is de taal. En jij moet die taal spreken en dan kom je bij mij binnen.”
Ruud Lemmen, Hall of Fame / Ladybird
Taal is van jou. Je maakt het, je leent het, je geeft het door. In de woorden die je kiest en het accent waarmee je ze zegt, hoor je waar iemand vandaan komt en met wie diegene optrekt. Ook de taal van beleidsnota’s en aanvraagformulieren is zo’n accent, eentje die institutionele macht draagt.
Een ambtenaar en een rapper bouwen allebei een wereld via taal, de een in een beleidsnota, de ander in een nummer. Streetculture heeft eigen woorden, eigen definities, een eigen geldigheid. Het is een taalsysteem dat werkt voor de praktijk waarin het is ontstaan. Wie de definities bepaalt, bepaalt waar het gesprek over gaat. De definitie “Urban” werd gebruikt door beleidsmakers om de straatcultuur te beschrijven, te financieren en er beleid op te maken. Wie vanuit streetculture werkt en een aanvraag schrijft, komt het woord tegen en heeft het haast te gebruiken, omdat het de taal is waarin geld wordt verdeeld.
Verander je van woorden en houding naargelang wie er tegenover je staat? Voor de een is dat een vaardigheid die deuren opent, voor de ander een drempel die genomen moet worden voordat er geluisterd wordt. IN WELKE SITUATIES PAS JIJ JE WOORDEN AAN OM IN CONTACT TE KOMEN MET JE GESPREKSPARTNER? Het kost energie, elke keer opnieuw.
Ook aan beleidstafels wordt gezocht naar woorden. Die moeite is er, alleen is dat lang niet altijd terug te zien in het formele proces. De drempel blijft voelbaar. En wie te lang te veel energie levert, zonder zichtbare resultaten, haakt af. WIE IN JOUW OMGEVING HOEFT NOOIT EEN ANDER ACCENT TE LEREN DAN HET EIGEN?